De acht favoriete winterbestemmingen van Chanti
Waar kun je dan fijn overwinteren met de camper? Chanti zet een aantal bestemmingen op een rij, inclusief haar eigen ervaringen en een paar plekken die nog op haar wensenlijstje staan.
Verzekeren bij Aveco
Verzekeren bij Aveco
Verzekeren bij Aveco
Expertise & Taxatie
Kennis & Inspiratie
12-10-2026
Halverwege onze reis door Europa steken we de grens met Hongarije over. Wat volgt zijn dagen vol zonnebloemvelden, levendige steden, wijnkelders en rustige bossen. Met de camper ontdekken we een land dat verrassend veelzijdig blijkt.
We komen vanuit het zuiden, waar we in Kroatië het indrukwekkende Nationaal Park Plitvicemeren achter ons hebben gelaten, en rijden richting Hongarije, een land waar we nog niet eerder zijn geweest. Op het grensbord staat Magyarország, zoals het land in het Hongaars heet. De naam verwijst naar de Magyaren, het volk dat zich hier in de negende eeuw vestigde. Het woord ország betekent simpelweg ‘land’, waardoor Magyarország letterlijk ‘land van de Magyaren’ betekent.
Om ons heen strekken zonnebloemvelden zich uit tot aan de horizon. Naast graan en maïs is de zonnebloem een belangrijk gewas voor de export, waardoor in de zomer grote delen van het landschap felgeel kleuren. De velden zijn vooral te vinden in Transdanubië, het westelijke deel van het land, en rondom het Balatonmeer, onze eindbestemming voor vandaag. Terwijl we over rustige wegen rijden, proberen we de plaatsnamen op de borden hardop uit te spreken. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig.
Onze camping in Siófok ligt pal aan het Balatonmeer. Met 79 kilometer lengte en 15 kilometer breedte is dit het grootste meer van Midden-Europa. Het water wordt ook wel de Hongaarse zee genoemd en is al sinds de negentiende eeuw een geliefde vakantiebestemming. Op de drukke camping krijgen we een plek met uitzicht op het water. Wat een geluk. Het is een zonnige dag en er is volop activiteit op en rond het meer. Vanaf een vlot met DJ schiet de ene na de andere wakeboarder weg. Onder luid gejuich proberen ze een paar trucs voordat ze met een flinke plons in het water verdwijnen. Al snel staan we zelf in het meer een balletje over te slaan en vermaken we ons hier de rest van de dag.
Boedapest is onze volgende bestemming. Vanaf de stadscamping pakken we onze elektrische scooter en tuffen zo in een kwartier naar het centrum. De stad zoals we die vandaag kennen bestaat nog niet zo lang. Pas in 1873 werden de drie afzonderlijke steden Buda, Pest en Óbuda samengevoegd tot één hoofdstad aan de Donau.
De Sint-Stefanusbasiliek gebruiken we als herkenningspunt. De 96 meter hoge kerk is van binnen versierd met marmeren zuilen, gouden details en mozaïeken die scènes uit het leven van de heilige Stefanus uitbeelden. In de basiliek wordt zelfs zijn gemummificeerde rechterhand bewaard. De hoogte van 96 meter is geen toeval. Het Hongaarse parlementsgebouw is precies even hoog, een symbolische keuze die moet laten zien dat kerk en staat in Hongarije even belangrijk zijn.
Op het plein rondom de basiliek nodigen de terrassen uit om plaats te nemen. We hebben tijd voor een ontspannen lunch voordat we beginnen aan onze activiteit van de dag: een fietstour door het Pest-gedeelte van de stad. Onze Roemeens-Hongaarse gids spreekt een aardig woordje Nederlands, geleerd tijdens zijn werk op een kinderboerderij in Gelderland. Met af en toe een Engels woord er tussendoor leidt hij ons langs verschillende plekken en vertelt over de geschiedenis en de hedendaagse politieke situatie. Een leuke rode draad tijdens de tour zijn de bronzen minibeeldjes van de Oekraïens-Hongaarse kunstenaar Mihály Kolodko. Zijn kleine kunstwerken staan verspreid door de stad en bevatten vaak een krachtige boodschap. Zoals de minitank met de tekst Ruszkik haza! - Russen, ga naar huis! - een verwijzing naar de Hongaarse revolutie van 1956. Na drie uur fietsen zit de tour erop en sluiten we ons flitsbezoek aan Boedapest af.
De volgende dag zetten we koers richting Eger. Na zo’n anderhalf uur rijden door zonnebloemvelden en een korte stop voor boodschappen komen we aan op de camping. Eger is een stad met een lange geschiedenis, maar staat vooral bekend om het beleg van 1552. Een klein Hongaars leger, bestaande uit mannen, vrouwen en zelfs kinderen, wist hier een veel groter Ottomaanse leger tegen te houden. Het verhaal groeide uit tot een belangrijk symbool van Hongaarse nationale trots.
We gaan op verkenning en komen na een korte wandeling aan in Szépasszony-völgy, de Vallei van de Mooie Vrouwen. Een gezellige straat met gekleurde huizen, waarachter meer dan tweehonderd wijnkelders schuilgaan. De kelders zijn uitgehouwen in het zachte vulkanische gesteente van de heuvels rondom Eger en maken deel uit van een uitgebreid netwerk van ondergrondse tunnels. De bekendste rode wijn uit de regio is de Egri Bikavér, beter bekend als Stierenbloed. Volgens een oude legende dronken Hongaarse soldaten tijdens het beleg van 1552 rode wijn om moed te verzamelen. De Ottomanen zouden gedacht hebben dat ze stierenbloed dronken en daardoor onoverwinnelijk waren. De Egri Bikavér schijnt het best te smaken in een Hongaarse wijnkelder. We nemen de proef op de som en kunnen dit beamen. Al snel hoppen we van terras naar terras en proeven verschillende lokale wijnen en hapjes.
Vandaag laten we de steden en dorpen achter ons om Nationaal Park Bükk te verkennen. Dit park is een van de grootste en meest bosrijke natuurgebieden van het land. Het landschap bestaat uit kalksteenplateaus, diepe valleien en honderden grotten. Via een slingerweg door de bossen komen we aan bij onze bestemming: Lillafüred. We trekken onze wandelschoenen aan en beginnen aan een steile klim omhoog het bos in. Nadat we een tunneltje zijn doorgestoken komen we bij een grote Mariakapel. Hier en daar hangen vrolijk beschilderde brievenbussen aan bomen. Het pad voert ons verder het rustige bos in, waar we nauwelijks andere wandelaars tegenkomen. Na ongeveer een uur bereiken we via een smal pad het uitzichtpunt. Voor ons liggen de beboste heuvels van het Bükk-gebergte. Terwijl we van het uitzicht genieten komt er een vrouw naar ons toe die enthousiast in het Hongaars begint te praten. Wanneer we uitleggen dat we haar niet verstaan, schakelt ze over op het Engels. Ze vertelt dat ze gisteravond bij de Mariakapel een wolf heeft gezien. Met deze informatie kijken we toch anders naar het bos wanneer we later terug lopen en in de verte takjes horen knappen.
Eenmaal beneden steken we het spoor van de Lillafüred Forest Train over. Dit smalspoortreintje rijdt al sinds de jaren twintig door de bergen. Ooit werd het gebruikt om hout uit de bossen naar de stad Miskolc te vervoeren, tegenwoordig brengt het vooral wandelaars en dagjesmensen diep het natuurgebied in. We sluiten ons bezoek af bij het Hámor-meer en nemen een kijkje bij Hotel Palota. Wie Lillafüred opzoekt, ziet vrijwel altijd dit sprookjesachtige hotel als eerste. Terug op de camping horen we muziek uit de vallei komen. Nieuwsgierig volgen we het geluid en belanden op een terras onder druivenranken waar live muziek wordt gespeeld. Met een glas Stierenbloedwijn en een bord lokale gerechten sluiten we onze tijd in Hongarije af. Een ontspannen laatste avond voordat de camper ons morgen naar Slowakije brengt.
Tekst en foto's: Venance Forrer
Dit artikel staat in de 32e editie van het TopCamper magazine. Bekijk hier het hele magazine.