Uw verzoek is verstuurd, even geduld a.u.b.

Deel 30

LAMSVLEES ALS SCHOENZOLEN

Lekker eten is voor ons een van de belangrijke bijzaken van het reizen door Europese landen. Dat vinden we al vele jaren en dat is ons ook wel aan te zien… Mijn huisarts heeft nog net niet gezegd dat het best wat rustiger aan mag, maar ik zag hem wel bedenkelijk kijken, de laatste keer dat ik hem sprak.

Maar goed, zo lang het nog kan, genieten we van de lokale keukens van Frankrijk, Italië en Spanje en op dit moment van Portugal. Het klinkt misschien wat verwaand, maar we hebben er wel een neusje voor ontwikkeld in welke restaurants we wel en in welke we niet binnen moeten gaan. De eenvoudigste stelregel is: kijken of de tent lekker vol zit en of het vooral lokale gasten zijn die er eten. Even de oren spitsen en je weet of een restaurant vol zit met Fransen, Italianen of Spanjaarden, of dat toeristen de boventoon voeren. In dat laatste geval maken we meestal rechtsomkeert. Niet dat we iets tegen toeristen hebben, maar Fransen, Italianen en Spanjaarden hebben er een handje van om ze niet het beste eten te serveren tegen een te hoge prijs…

En toen gingen we er zelf in met boter en suiker. Een kleine plaats in het Noordfranse binnenland. Een tussenstop op weg naar Portugal. De eerste reisdag, dus dat moest worden gevierd. Maar het stadje was half augustus om acht uur al in diepe rust. Luiken voor de ramen, geen winkel, geen restaurant open. We lieten ons niet uit het veld slaan, want ooit hadden we in een klein dorp langs de Moesel eenzelfde ervaring en kwamen we uiteindelijk in een proeflokaal van een wijnslot terecht, waar we voortreffelijk en gezellig aten. Maar niet in Noord-Frankrijk. Het enige geopende restaurant dat we vonden, droeg de naam van het plaatselijke kasteel en zag er best redelijk uit. Een overijverige jongen in een soort Tiroler pakje bracht ons met een gulle lach naar een tweepersoons tafeltje. Om ons heen zagen we diverse lokalen die duidelijk een avondje uit waren. Vier oudere vrienden die iets te vieren hadden en een modieuze jonge vrouw met twee modieuze heren. De kaart zag er aardig uit en de man die ons bediende, we schatten hem in als de eigenaar, was zeer vriendelijk. We bestelden en kregen een leuk flesje rozé in een koeler, samen met een karaf water. Het klopte allemaal. Maar daarna gebeurde er een hele tijd niets. We dachten dat de eigenaar misschien alles alleen moest doen en de jongen in het Tiroler pakje bleek niet de snuggerste. Na drie kwartier werden er twee borden geserveerd. Loes kreeg haar medium steak, bedolven onder een berg te gaar gestoofde uien. Ik kreeg een gigantisch ribstuk van een schaap met een partij glazige aardappeltjes.

Welgemoed zette ik het mes in het ribstuk en Loes sneed haar kalfssteak aan. Mijn mes veerde terug van het schaap dat minstens 12 jaar oud moet zijn geweest. Het stuk kalfsvlees van Loes was volkomen doorbakken en zo droog als m’n zolen. De aardappeltjes en wat verder voor groenten moest doorgaan, hadden totaal geen smaak. Ja de smaak van water en te lang doorgekookte prut… De eigenaar kwam langs om te vragen of het ging: ‘ça va?’ Nou nee dus. Je zegt het niet gauw in een restaurant, maar dit was te grof. Ik heb geprobeerd uit te leggen dat ze van het vlees beter een paar schoenen hadden kunnen maken. Loes gaf me onder de tafel een schop een siste me toe dat dat wel erg beledigend was. Maar toen de baas het spul meenam naar de keuken steeg daar een homerisch gelach op. We wisten genoeg. Wegwezen hier. De baas was nog wel zo netjes om maar de helft van de gerechten in rekening te brengen en wij zeiden voor één keer geen ‘au revoir!’

Tot slot: medelijden is niet nodig. We hebben deze zeperd de afgelopen twee weken ruimschoots gecompenseerd…

Aveco Verzekeringen Alle rechten voorbehouden | Privacy | Disclaimer